de hoeven van de ezels
De hoeven van de ezels moeten regelmatig uitgekrabd worden, om vuil of steentjes te verwijderen. Daarvoor bestaan speciale krabbertjes, met aan de ene kant een haakje, aan de andere kant een borsteltje.
De hoeven van onze ezels worden niet beslaan met hoefijzers, integendeel. Hoefijzers worden gebruikt wanneer paarden of ezels veel op harde ondergrond lopen, en hun hoeven teveel zouden wegslijten zonder ijzers.
De meeste ezels zitten echter op zachte weiden, zonder verharde ondergrond, en ze slijten niet genoeg af in de zachte weide. Dus moeten ze bijgeknipt worden door de hoefsmid (gemiddeld 3x per jaar). De hoefsmid komt langs voor het ‘kappen’ van de hoeven van de ezels (website hoefsmid). Nora en Babette laten zich gewillig behandelen, Jerome moet dan toch nog eens zijn kuren tonen.
Ze moeten ook nagekeken worden op infecties, steentjes, scheuren enz.
Wanneer de ezelhoeven niet genoeg afslijten en niet worden bijgekapt, krijgt een ezel krulhoeven. Daardoor gaan ze verkeerd op hun benen staan, en worden hun pezen en spieren ook belast. Pijnlijk voor de ezel dus, en een teken van verwaarlozing!
ezels in de winter
De beestjes hebben een dikke wintervacht en kunnen de kou goed weerstaan. Vochtig en winderig weer is echter slecht. Ze moeten steeds kunnen schuilen in de stal en in de winter doen wij onze ezels ‘s nachts sowieso op stal (met deur dicht).
Ze krijgen dan elke dag hooi of stro, vers water, soms ezelkorrels en wilgentakken. Zo nu en dan ook eens wat gedroogd brood of een emmer wortelen. Wees zeer spaarzaam met appels. Wortels zijn een zeer voedzame en goede snack.
De beestjes krijgen in de winter regelmatig een portie wilgentakken om te knabbelen en ze zijn er verzot op. Het houdt hen bezig (verveling tegengaan) en is goed voor hun darmtransit, als tegengewicht voor al het droogvoer dat ze in de winter krijgen. De fijne takjes eten ze volledig op, bij de dikkere takken pellen ze de schors eraf tot op het hardhout.
In wilgenbast zit ook een beetje salicine, dat een aspirineachtige werking heeft. Zie het artikel: Van wilg naar aspirine .
de dierenarts komt regelmatig langs
Bij ons komt de dierenarts zeker twee maal per jaar langs voor de vaccinaties (tegen tetanus, etc). Op dat moment kan ook het gebit nagekeken worden, kunnen hoeven gecontroleerd worden, … De ezels worden 2-3 maal per jaar ontwormd (met ontwormingspasta voor paarden), dit kan je zelf doen, of laten doen door de hoefsmid of dierenarts.
geduld is een mooie deugd
Wanneer je wil gaan wandelen met de ezels, wanneer je de hoeven wil verzorgen of wanneer ze in de wintermaanden ‘s avonds naar hun stal moeten gaan loopt het niet altijd zoals je zelf zou willen. Niet opgeven echter: ezels onthouden het zeer goed als je ze eenmaal ‘hun zin’ hebt laten doen en kunnen je het de volgende keer nog moeilijker maken.
Onze ezels staan inderdaad soms stokstijf tijdens een wandeling. Meestal is dat door iets onbekends, iets waar ze bang van zijn. Ze zijn heel wantrouwig tegenover nieuwe dingen. Dat kan bv. een geparkeerde wagen zijn in een fel kleur (er stond eens een fel gele wagen geparkeerd in de straat, Nora wou die niet passeren, maar ging er dan uiteindelijk in een grote boog omheen), of dat kan een rioolputje zijn, of dat kan een markering in het asfalt zijn.
Onze ezels gaan niet zo vaak op straat of op wandeling, en vinden dat allemaal ‘nieuw’ en willen dat eerst grondig inspecteren vooraleer ze het veilig genoeg vinden om verder te gaan. Geduld dus, en veel lieve woordjes en aanmoedigingen, en geraak je dan weer verder op stap. Een droge boterham, een wortel, of een maiskolf om hen aan te moedigen helpt natuurlijk ook. Maar ze zijn daar ook heel slim in: als je dat teveel geeft gaan ze enkel nog voor een beloning willen verder gaan.
We doen hen enkel een halter (geen bit!) aan wanneer de dierenarts of hoefsmid komt, of wanneer we met hen een wandelingetje op straat maken. De eerste paar keren ging dat niet zo makkelijk, maar nu kunnen we heel vlotjes de halter aandoen.
ezels borstelen
Op de foto’s kan je de schuurborstels zien waartegen de beestjes zich wrijven om loszittend haar kwijt te raken. Ook de schapen maken daar gebruik van. De ezels gebruiken die borstels vooral in het voorjaar, om loszittend haar kwijt geraken, of in de zomer, wanneer ze last hebben van jeuk door insectenbeten.
Onze ezels worden graag geborsteld. Vooral in de lente hebben ze het graag om van dat overtollig winterhaar verlost te worden! En er komen echt pakken winterhaar af!
Het is ook een goede bezigheid om hun vertrouwen te winnen, en je kan hen ondertussen ook goed nakijken op wondjes, parasieten, etc.
De ezels gaan mekaar ook ‘borstelen’. Ze bijten mekaar in de nek, omdat dat een plaats is waar ze zelf niet aan kunnen. En ze gaan zich ook graag rollen in stof, om hun vacht te beschermen tegen insectenbeten.

Nora rolt zich in de weide om haar vacht te bestoffen. Zo beschermen ze zichzelf tegen insectenbeten
ezels kunnen zich letterlijk doodeten
Overgewicht is een ernstig probleem, en kan uiteindelijk zelfs fataal worden bij ezels. Vette groene weiden zijn niet goed voor ezels: zo hebben ze een veel te voedselrijk dieet. Ze komen immers oorspronkelijk uit droge streken, waar ze droge grassen enzo eten. Waneer ze teveel eten krijgen, of te voedingsrijk eten, gaat het vet zich opstapelen in de nek (zie foto).
Een dikke ezel mag ook niet abrupt op dieet gezet worden. Wanneer teveel vet vrijkomt en in de bloedbaan terecht komt, kan dat zelfs fataal zijn. Geleidelijk aan dus.

zo is het duidelijk niet goed. Deze ezel stond alleen op een immens grote, groene vette weide in Wales, samen met nog enkele koeien
In de lente en zomer groeit het gras in de weide zeer weelderig. Dat is niet zo goed voor ezels. Ideaal is bijvoorbeeld om een stuk weide eerst te laten afgrazen door schapen, en er dan pas de ezels op te laten grazen. Wij bakenen de weide in de zomer af met paaltjes, die we geleidelijk aan opschuiven. De schapen kunnen telkens een stuk verder grazen dan de ezels (zie pagina weide).
Ezels mogen slechts matig bijgevoederd worden, met bijvoorbeeld een weinig gedroogd brood, wortelen en af en toe een appel. Hooi en zelfs stro zouden in de winter dagelijks gegeven moeten worden en zijn voldoende als bijvoer. Er hangt ook een universele mineralenblok (‘liksteen’) in de stal. Wij geven in de winter soms ook een speciale droge voedermengeling voor ezels : Alfamix ezel, wat ze een lekkernij vinden.
Geef geen paardenmengeling aan ezels. Het voer voor paarden is veel te voedingsrijk voor ezels.
de stal
Strenge winterkou is niet echt een probleem voor ezels (alhoewel ze oorsponkelijk in een warm klimaat leefden), vocht is dat echter wel! Daarom moeten ezels steeds tochtvrij kunnen schuilen in een stal. Ook in de zomer hebben ze een schuilplaats nodig voor regenbuien of felle zon.
Wij gebruiken schavelingen als vloerbedekking in de ezelstal, die ongeveer 6×3 groot is. In de winter steken we de ezels ‘s nachts verplicht op stal (staldeur gesloten). We laten hen dan ook maar enkele uurtjes in de weide (of slechts een half uurtje of soms helemaal niet bv. wanneer de weide besneeuwd is of te glad ligt). Ze hebben vlakbij hun stal een buitenplatteau waarop ze even de benen kunnen strekken, en waarop we hen ook de wilgentakken geven.
De heersende windrichting bij stormen is zuidwest, dus is het goed dat de staldeur op het noordoosten zit.
De stal moet je regelmatig uitmesten en van verse bedding (wij gebruiken schavelingen) voorzien. In de stal hebben wij verder twee emmerhouders (met metalen emmers) en twee voedingsbakken, en een liksteen.
De emmers zijn best van metaal, maar dan nog slagen onze ezels er soms in om die uit de emmerhouders te halen en als voetbal te gebruiken (met al enkele geplette emmers tot gevolg)!
Een ezel kan 30 tot zelfs 40 jaar oud worden!








abonneer je