de wilgen in de weide
Deze pagina is helemaal gewijd aan het planten van wilgen. Je vindt hier foto's van de snoeiwerken, de keuze van de wilgenpoten om te planten, enkele richtlijnen om ze te planten, de evolutie van wilgenpoot tot knotwilg, allemaal geïllustreerd met foto's van Trui & Jim in actie met hakbijl en kettingzaag!
Rondom de weide hebben we zo'n 25 knotwilgen staan. De wilgen hebben we allemaal zelf geplant in de winter van 2003-2004, met 'wilgenpoten'. Op deze pagina vind je informatie over hoe je wilgen kan planten. |
|
wilgen na 5 jaar, december 2008 |
Het planten van wilgen is vrij eenvoudig: neem een zo recht mogelijke tak van een bestaande gezonde knotwilg en ontdoe die van alle zijtakken. Je kan al een behoorlijke dikke tak nemen, bv. zo'n 10cm diameter, zo heb je al meteen een redelijke boom. De lengte van de wilgentak is best ruim drie meter lang. Je zaagt de tak pas op de juiste lengte nadat hij geplant is, zo ben je zeker dat al je wilgenpoten na planten even lang zijn. |
Probeer zeker te zijn dat de wilgenpoten van gezonde wilgen komen. Heel wat wilgen in Vlaanderen zijn aangetast door de watermerkziekte.
| Aan de onderkant van de wilgenpoten doe je 2 of 3 stroken van de bast af. Zo kunnen de wilgenpoten makkelijker water opnemen. Je kan dit makkelijk doen met een hakbijl. |
doe onderaan een paar stroken van de bast af |
Je kiest waar je de boom zal planten. Hou zeker een paar meter plantafstand tussen de bomen. De wilgenpoten zijn nu nog kaal, maar na enkele jaren hebben ze een behoorlijke kruin! Als ze te dicht bij elkaar staan, kunnen ze niet mooi uitgroeien.
Maak een put van 60 tot 70 cm diep, met de spade, of met een paaltjesboor. Maak de put niet te breed, zodat de wilgenpoot niet te los komt te staan.
Plaats de wilgenpoot in de put en stamp de aarde rond de wilgenpoot goed aan, zodat er geen luchtgaten in de aarde zijn. Geef eventueel water.
|
een put van 60 tot 70 cm diep |
|
de wilgenpoot op de gewenste hoogte zagen |
Daarna zaag je de wilgenpoot op de gewenste hoogte. Zo ben je zeker zijn dat al je wilgen even hoog zijn. Gebruik wanneer je snoeit best een ladder, zo krijg je het afgezaagde stuk zeker niet op je hoofd ... |
Omdat op het ezelhof de wilgen in de weide staan, moeten we de wilgen afschermen van de ezels en de schapen. Dit doen we met drie palen en daarrond beckaertdraad.
De bovenkant van de drie palen kan je aan elkaar bevestigen met een latje, zodat de palen mooi recht blijven staan wanneer je de draad errond spant (en wanneer de beestjes er zich eventueel tegen gaan schuren).
|
paaltjesboor om palen rond de wilg te zetten |
Het planten van de wilgenpoten moet gebeuren in de rustperiode van de boom (november – februari) en niet in periodes van vorst of sneeuwval (het is bovendien ook veel leuker op een zonnige rustige winterdag!).
In de
lente verschijnen over de hele lengte van de stam bladknoppen: de knoppen onderaan
de boom kan je makkelijk afknijpen wanneer ze nog klein zijn. Zo laat je alleen
de bovenste takken groeien.
De eerste jaren is het dan ook belangrijk om de
kruin wat uit te dunnen (snoeiwerk in de winter): te dicht bij elkaar groeiende
takken zouden elkaar teveel verdringen. Om de 5 à 6 jaar kan de wilg
dan helemaal “geknot” worden.
|
de wilgen in het eerste jaar (links op foto) |
Na vijf jaar hebben we de wilgen geknot. Een niet te onderschatten werk!
De dikke takken houden we voor de houtstoof, de fijne takjes zijn voor de beestjes.
De beestjes krijgen in de winter elke dag een portie wilgentakken om te knabbelen en ze zijn er verzot op. Het houdt hen bezig (verveling tegengaan) en is goed voor hun darmtransit, als tegengewicht voor al het droogvoer dat ze in de winter krijgen. De fijne takjes eten ze volledig op, bij de dikkere takken pellen ze de schors eraf tot op het hardhout. Wanneer we zelf geen snoeisel van wilgen hebben, geven we snoeisel van de populieren, of snoeisel van wilgen van in de buurt.
In wilgenbast zit ook een beetje salicine, dat een aspirineachtige werking heeft. Zie het artikel: Van wilg naar aspirine
























